Abold Bogeldijk en zijn creatieve broedplaats Asgaard

Zijn woning zit niet op het lichtnet en ook ontbreekt een aansluiting op het gasnet. Abold Bogeldijk (47) heeft zelf een ongewoon huis gemaakt, een 'drakennest'. Binnen zet hij verse muntthee op een butagasstel en warmt zich bij de houtkachel.  

Door Karin de Mik

Binnen in zijn zelfgemaakte woning zet Abold Bogeldijk (47), een slanke, blonde man met helblauwe ogen, verse muntthee. Op een butagasstel. Hij heeft geen gewone woning, maar een zelfgebouwd onderkomen in de vorm van een draak, dat omringd is door hoge grote bramenstruiken. Zelf noemt hij het 'een drakennest'. Muren en dak bestaan uit stukken tapijt en cement. Boven de ingang hangt een opgerold stuk tapijt. Binnen brandt de houtkachel (,,Ik stook op pellets”), hond Dora ligt op een stoel te dutten. Onder de tafel liggen boeken van Roald Dahl en de Edda. Zijn drakenhuis wordt nog groter: er komen een kop en hals en drie grote drakeneieren bij. ,,Ik heb even gegoogeld hoeveel eieren een draak legt,” lacht hij.

We zijn op Asgaard, een 1 hectare groot voormalig 'asland' (slibdepot) aan de rand van Leeuwarden. Een groene wal ontrekt het zicht aan de Groningerstraatweg, waar auto’s voorbij razen. Abold woont er anderhalf jaar. Hij bouwt er een belevingstuin, officieel “een broedplaats voor kunstenaars en creatievelingen”. ,,In de tuin beleef en zie je dingen die je nooit eerder hebt gezien.”

De Stichting Asgaard werd twee jaar geleden opgericht en is een project dat onderdeel is van Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018. De naam Asgaard is overigens niet alleen een 'asland', maar is ook de naam van de plek waar de goden in de Noorse mythologie woonden. De weg naar Asgaard voert dan ook over een regenboogbrug, die Abold heeft aangelegd tussen het terrein en het toegangshekje. De Fries is sterk geïnteresseerd in de Noordse en Friese mythologie.

Drakeneieren

Even verderop is Bogeldijk bezig met de bouw van een galerie annex werkplaats 'De Witte Wolk'. Hij spant hier 70 houten panlatten in een boog omhoog; het is hout dat hij gekregen en gevonden heeft. ,,Zelf heb ik er nog 200 latten bijgekocht. Ik wil er zeil- of tentdoek overheen spannen. Het mooiste is als het doorschijnend is, want dan krijg je mooi diffuus licht.” Op den duur moeten er ook exposities gehouden worden in de Witte Wolk.

Zo scharrelt hij meer spullen bij elkaar, want duurzaamheid en hergebruik heeft hij hoog in het vaandel staan. ,,Materialen een nieuw leven geven vind ik heel leuk.” Zo liggen er op het terrein bijvoorbeeld immens grote tractorbanden. ,,Daar zou je een tafel of een bar van kunnen maken. Ik werk veel met afval. De meeste spullen vind ik langs de weg. En door die spullen krijg ik weer ideeën.”

Jaguars

Abold groeide op een boerderij in Nieuwebildtzijl. ,,Ik was handig met auto’s, handelde er ook in. Ik werd lasser en daardoor deed ik veel kennis op van fabrieksprocessen in Nederland.” Een vriend leerde hem timmeren en Bogeldijk bouwde zijn eigen huis in Nieuwebildtzijl. ,,Ik leerde ook metselen, rietdekken en was handig met elektronica. Later kreeg ik een eigen bedrijf, ik repareerde oldtimers en specialiseerde me in Jaguars.” Hij was “superblij” met zijn leven: hij had een vrouw en twee leuke kinderen. Maar zijn vrouw wilde scheiden. ,,Toen ben ik een verhaal gaan schrijven voor mijn kinderen.”  Dat werd zijn boek, Rocket 69. ,,Hierin leg ik uit hoe belangrijk het is dat je dromen hebt en eraan vasthoudt.”

Tien jaar geleden verhuisde hij naar Amerika, waar zijn boek werd uitgegeven in het Engels. ,,Ik heb zelf een Jaguar gebouwd en die nam ik mee. Ja, die auto trok veel bekijks. Ik werkte voor een reclamebordenmaker en was video-editor. Ook ging ik meer schrijven; een vriendin was lerares Engels en hielp me daarbij. Ik heb een stapel verhalen klaarliggen, waaronder een over de draak. Een modern sprookje voor alle leeftijden.”  

Koning Redbad

Toen hij in Nederland terug was en bij een vriendin in Leeuwarden logeerde, viel zijn oog op het blubberige, braakliggend terrein bij de wijk Heechterp. ,,Ik zocht een eigen plek, waar ik in alle vrijheid zou kunnen werken. Een plek ook om vrij te kunnen denken.” Hij bouwde er een eigen huisje, dat hij overigens van de gemeente moest afbreken. Na overleg mocht hij op het terrein blijven wonen, als speciaal project voor Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018. Bogeldijk is namelijk al jaren gefascineerd door de Friese en Noorse mythologie en dat is een interessant thema voor Culturele Hoofdstad. “Koning Redbad was de laatste heidense koning van Friesland. Hij geloofde in Odin en Freija. In die tijd, 700 voor Chr., was het huidige Utrecht de hoofdstad van Friesland.” Het liefst ziet hij een groot standbeeld van Redbad verrijzen in de belevingstuin. “Dat kan ik zelf maken of iemand anders.”

Hij hoopt sowieso dat er veel creatievelingen naar Asgaard komen. ,,Ik heb bijvoorbeeld contact met  muzikanten die hier willen optreden. Ook zou het mooi zijn als op het terrein veldslagen kunnen worden nagespeeld.” Hij trof onlangs een 'bottensnijder’,(bonkefiker) een man die aan de hand van een prachtige koeienhoorn een verhaal vertelde over Freija. Bogeldijk: ,,Dat deed hij door de hoorn, waarin hij allerlei voorstellingen had gesneden, steeds iets te draaien. Prachtig toch? Ik denk dat nog lang niet alle verhalen van de Friese mythologie zijn opgetekend. Deze plek wil mensen stimuleren om deze oude Friese verhalen te vertellen.”

Chopper                                                                                                                                                                                                                                                                  

In zijn drakenhuis valt de elektrische “chopper” op, zoals hij zijn zelfgebouwde scooter noemt. Hij doet denken aan een puch met dat hoge stuur. ,,De koplamp is inderdaad van een puch,” vertelt hij. In Amsterdam kocht hij een oude scooter, die hij eigenhandig ombouwde tot het elektrisch exemplaar. De accu’s zijn weggewerkt en het voertuig glimt van de epoxyhars. ‘Hij kan met gemak 70 kilometer halen, maar hij mag maar 35 kilometer, dan kan er zo’n blauw plaatje op.” Drie wil Bogeldijk er bouwen. “Met grotere en fijnere accus’s. En  met vering, want die heeft dit prototype niet. ,,Een stoer ding he? Vooral meiden vinden hem heel leuk. Misschien rijden mensen erop tijdens Culturele Hoofdstad.” 

Het project duurt tot 2020. Wat hij daarna gaat doen, weet hij nog niet. ,,Ik ben geboren op een boot. Overal heenvaren lijkt me ook mooi. Reizen zit me in het bloed.”




Meer Fryslân

Tradities gaan en tradities komen

Het is al weer heel wat jaren geleden dat we voor het laatst een kat knuppelden of speels een paling uit elkaar trokken. Ook tradities kennen zonodig een uiterste houdbaarheidsdatum. Het argument dat iets 'nu eenmaal' een traditie is, hoeft dus niet te betekenen dat het altijd zo blijft.

Door André Keikes

De broers Pathé komen naar de stad van Slieker

Het is niet de eerste en het wordt ook niet de grootste Pathé-bioscoop van Nederland, maar als (vermoedelijk in 2019) Pathé Leeuwarden open gaat, krijgt Friesland er een cultureel centrum bij. Dat hadden de Franse gebroeders Pathé eind negentiende eeuw vast niet voorzien, zo pal naast De Harmonie nog wel.

Door André Keikes
 

Fries voorbeeld om boeren te veranderen en te behouden

Haags denken is heel wat anders dan doen met Fries boerenverstand. De kloof is groot, en in Fryslân zijn ze beducht voor “Brabantse toestanden”. Het maatschappelijk debat over landschap en bodemgebruik wordt in volle hevigheid gevoerd. De ogen zijn gericht op Fryslân.

Door Bert de Jong

Geen slappe bakjes meer in Leeuwarden

Nog niet eens zo lang geleden bestond er geen koffie zoals we die nu kennen. Wie om koffie vroeg in een café of restaurant, kreeg meestal een witte kop op schotel, zo een die je eindeloos kon stapelen, met een bruinig vocht dat naar niets smaakte. Maar toen kwamen de barista's, ter zake kundige koffiemakers. Nu kun je in Leeuwarden op zo veel plekken goede koffie drinken, dat het nog moeilijk wordt om te kiezen. 

Door André Keikes
 

Zijn het Nederlands en Fries nog te ’saven’?

Globalisering; er is heel veel over op te merken, maar het kan haast niet anders eindigen dan als een saaie, eenvormige wereld. Zo ver is het nog (lang) niet, maar we zijn wel hard op weg. Dat alles steeds meer Engelstalig wordt, is een onheilspellende voorbode. Waar vind je nog Nederlands en Fries op straat?

Door André Keikes
 
 
Vorige | Pagina 3 van 34 | Volgende